Durf ik het of durf ik het niet?

Tamara is gestart met het geven van workshops en cursussen Baby- en kindgebaren. Samen met Tineke en Petra geeft zij hiermee mede vorm aan Taal voor Taal. Als kersverse docent en ondernemer neemt Tamara je mee in haar ervaringen en belevenissen…

In december deed ik mee aan een Instagram-Challenge van dolly.nl. Ze geeft je echt handvatten om meer mensen te bereiken. Wat werkt wel en wat werkt niet op Instagram.

Ik gebruikte vóór de Challenge Instagram alleen voor de persoonlijke kiekjes. Maar nu wil ik Instagram meer gebruiken voor Taal voor Taal. Deze Challenge kwam dus precies op tijd.

In dezelfde week ontving ik over de post van drukwerkdeal een kalender met bovenstaande quote erin. Toepasselijker kan bijna niet. En zo simpel eigenlijk. Uiteindelijk blijft er maar één ding over: durf je het of durf je het niet?

Docentenopleiding

Die vraag hield mij eerder ook al bezig. Neshama gaat nu naar de peuterspeelzaal dus ik heb wat meer tijd voor mezelf. Ik wil weer wat gaan doen naast fulltime moeder zijn. Maar wat ga ik doen? Ga ik weer werken als gastouder? Ga ik wat anders doen?

De docentenopleiding voor baby- en kindgebaren kwam voorbij. Dat leek me leuk! Maar er zit al iemand in Groningen die dat doet. Heeft dat wel zin? Gaan we elkaar niet in de weg zitten? Durf ik dat? Mijn eigen bedrijf beginnen?

Het antwoord is JA! Ik durf het. (Meer hierover in een volgend blog)

Instagram challenge

Okay. Nu ik toch ja gezegd heb, wil ik het ook goed doen. Hoe ga ik social media inzetten? Hoe gaan nog meer mensen Taal voor Taal leren kennen? Hoe laten we weten dat het heel erg leuk én handig is om te gebaren?

Hoe laten we ze kennis maken met Baby- en kindgebaren?

Dolly daagde mij uit. Ze laat je nadenken over wat je wilt. Wie is mijn ideale klant? Wat wil ik ze vertellen? Hoe gebruik ik Instagram optimaal?

Voor mezelf kwamen deze vragen boven:

  • Durf ik mezelf te laten zien op social media?
  • Durf ik live te gaan?
  • Durf ik meer van mezelf te laten zien?

Dúrf ik het, of durf ik het niet?

Voor mijn volgers heb ik deze vragen:

  • Durf je buiten de hokjes te denken?
  • Durf je het aan om meer gemak te ervaren door gebaren te leren?
  • Durf je de ‘vooroordelen’ te laten gaan en ook met je horende baby en kind te gebaren?

Uiteindelijk blijft er maar één ding over: durf je het of durf je het niet?
Jan Lohuis (vertwenz)

En jij? Durf jij?

 

Review Basiscursus Baby- en kindgebaren

Ruth, ze beleeft de wereld vol verwondering en weet dit om te zetten in prachtige verhalen en poëzie. Ze onderzoekt en ontdekt en met name de wereld van het moeder zijn. En vooral ook de wereld van haar dochter Evie. Samen met haar vriend heeft ze een cursus gevolgd bij Taal voor Taal Baby- en kindgebaren en deelt hier haar ervaring.

Praten, dat kunnen ze nog niet

Daar zat ik dan, kersverse moeder met een grote behoefte om de wereld en de mensen om mij heen te analyseren, te duiden en te begrijpen. Dat is doorgaans mijn manier om grip te krijgen op alles wat er in mijn leven gebeurt. Maar dat is met een babydochter nog niet zo makkelijk. Want die kleintjes kunnen veel (heel hard huilen, luiers volpoepen, tergend langzaam een fles leegdrinken, maar ook ontroerend lief glimlachen, kraaien van plezier, en schattige én knalharde boeren laten), maar praten, dat kunnen ze nog niet.

Toch is er een prachtige manier om ver voor de eerste woordjes al op een andere en aanvullende manier met je kleintje te communiceren. Via de Facebookgroep Moeders in Groningen ontdekte ik het bestaan van Baby- en kindgebaren. Niet, zoals je misschien zou denken, alleen maar voor dove en slechthorende kindjes. Maar juist voor alle baby’s, kinderen en ouders.

  • Omdat het een mooie, fysieke manier is om je woorden en zinnen te ondersteunen met gebaren.
  • Omdat de lichamelijke ontwikkeling van kinderen dusdanig is dat praten met handen en voeten al lukt ver voordat ze de eerste woordjes kunnen zeggen.
  • Omdat het eigenlijk een simpele en voor de hand liggende uitbreiding is van de gebaren die we met z’n allen toch al maken: zwaaien, klappen, en wijzen bijvoorbeeld. Of denk maar aan de liedjes ‘In de manenschijn’ of ‘klap eens in je handjes’.
  • En omdat het een manier is om je kinderen te bereiken in situaties waarin je anders misschien hard zou moeten roepen.

Een cursus Baby- en kindgebaren

Dolenthousiast over deze ontdekking meldde ik ons aan voor een privécursus Baby- en kindgebaren bij Taal voor Taal, van Petra Nell. Twee keer kwam ze bij ons thuis, met een koffer vol inzichten, voorbeelden van hoe je gebaren kunt toepassen en hoe haar eigen kinderen gebaren gebruiken om iets duidelijk te maken. Al spelenderwijs leerden we op een interactieve manier een hele rits gebaren. We leerden hoe we papa, mama, opa en oma gebaren.

Hoe we aan Evie kunnen vragen of ze meer wil, of juist of iets ‘KLAAR’ is.

We leerden het gebaar voor lief, voor poepen, voor eten, drinken, melk en beer. Voor helpen (‘moet papa even helpen?’), voor werken (‘mama gaat werken’), voor boekje lezen en voor slapen.

En we gingen er mee aan de slag. Als we met onze dochter Evie praten proberen we daar waar het kan de bijbehorende gebaren te maken. We verzonnen een eigen ‘naamgebaar’ voor Evie en vertelden opa’s, oma’s en ooms en tantes enthousiast over wat we geleerd hadden. En dat het voor ons eigenlijk heel logisch voelde. En we keken uit naar de eerste gebaren die Evie zelf zou gaan maken. Die zullen nog niet zo perfect gaan als ze worden voorgedaan in gebarenapps als Kwebble, maar dat is met praten natuurlijk net zo.

Zo gaat het nu

Inmiddels zijn we een aantal maanden verder en is Evie bijna 1. Ze zwaait, ze klapt in haar handjes, ze legt af en toe beide handjes op haar hoofdje, ze wijst, ze maakt af en toe een gebaar dat lijkt op dat van ‘nog meer’ en ‘lekker’ en ze ‘mamamamaaat’ en ‘papapapaaaat’ er lustig op los. Ik moet wel eerlijk bekennen dat ons eigen gebruik van de gebaren wel een beetje is weggezakt. Eigenlijk zouden we op strategische plekken, zoals bij het aankleedkussen, reminders van de gebaren moeten plakken: ‘Oh ja, dat is ook zo. Dat is ‘luier’, dat is ‘KLAAR’ en dat is ‘poep’’. En aan tafel zouden we zelf een placemat kunnen maken met gebaren als ‘eten’, ‘drinken’, ‘boterham’ en ‘appelstroop’. Omdat we zelf niet zijn opgegroeid met gebaren kost het tijd en aandacht om het gebruik van de gebaren zo te automatiseren dat we er eigenlijk niet bij nadenken.

Maar toch, het schrijven van deze blog is voor mijzelf in elk geval weer een mooie aanmoediging om er toch mee door te gaan. Als ik deze laatste zinnen straks heb getypt, ga ik de daad bij het woord voegen, die reminders plakken en de placemat maken. Desnoods oefen ik de komende tijd op de wc.

Want ook al gebruiken we ze nog niet zo veel als ik zou willen, deze extra communicatiemogelijkheid met mijn kleintje geeft me nu al een klein beetje extra begrip, én een grote dosis plezier.

 

Wil je meer weten en lezen over Ruth? Lees, geniet en laat je meeslepen in de prachtige verhalen van Ruth op: www.ruthkoopsvantjagt.nl